Methodes en hulpmiddelen voor curriculumontwikkeling
Onderwijsonwikkeling is een cyclisch en dynamisch proces dat voortdurende reflectie en aanpassing vereist. Door gebruik te maken van gestructureerde methodes en beschikbare hulpmiddelen kun je als docent effectief en aantrekkelijk onderwijs ontwikkelen.
Onderwijs(ontwerp)modellen
Om het ontwikkelproces te ondersteunen, zijn diverse hulpmiddelen beschikbaar waaronder onderwijskundige modellen zoals het ADDIE-model, Bloom’s taxonomie en Constructive Alignment. Het gebruik van deze verschillende modellen roept echter in de praktijk vaak veel vragen op. Een belangrijke oorzaak van deze discussie is dat er veel verschillende soorten modellen zijn. Zo zijn er implementatiemodellen, instructional design modellen, onderwijsmodellen, en en en. Daarnaast varieren de modellen in de specificiteit. Sommige modellen richten zich heel specifiek op het formuleren van leerdoelen (bijv. taxonomie van Bloom) terwijl andere modellen in zijn algemeenheid iets zeggen over curriculumontwerp (bijv. backwards design).
- Het Spinnenweb van van den Akker is een curriculair ontwerpmodel dat inzicht geeft in de 10 onderdelen die belangrijk zijn wanneer je curricula ontwerpt. De aandachtsgebieden zijn geformuleerd als vragen die je je als team moet stellen wanneer je onderwijs ontwerpt. Voor wie ontwerp je bijvoorbeeld het curriculum en wat is de rol van de docent bij het leren van de student?
- Het ADDIE model is oorspronkelijk een implementatiemodel. het bevat een aantal fases van onderwijsontwerp die belangrijk zijn om te doorlopen om een goede implementatie te waarborgen;
- Daarnaast zijn er instructional design modellen waarvan het 4C/ID model het meest uitgebreide model is;
- En onderwijsmodellen die handvatten bieden voor de didactische uitvoering van het onderwijs. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het model van probleemgestuurd onderwijs (PGO).
Ontwerp- en instructieprincipes
Er zijn legio ontwerp- en instructieprincipes die je kunt gebruiken om je onderwijs te ontwerpen. Binnen Hogeschool Zuyd hanteren we de sleutels voor studeerbaarheid als belangrijk ontwerpkader. Daarnaast heeft het lectoraat Professionalisering van het Onderwijs samen met Thomas More Hogeschool ontwerpprincipes geformuleerd voor het ontwerpen van blended onderwijs. Ook in het 4C/ID model zitten talloze ontwerp- en instructieprincipes verweven en heeft ieder onderwijsmodel zijn eigen uitgangspunten.
Digitale tools en media in onderwijs
Naast de onderwijskundige modellen spelen digitale tools en digitale media, zoals learning management systemen (LMS), digitale toetssoftware, en video, een (steeds) belangrijke(re) rol bij het ontwerpen van het onderwijs. Zij spelen een cruciale rol bij het ontwerpen van onderwijs door het faciliteren van online en blended learning, het ondersteunen van adaptief leren en het verbeteren van samenwerking en communicatie tussen studenten en docenten. Daarnaast kan de inzet van digitale tools positief bijdragen aan activerende didactiek wat het leerrendement kan verhogen. In sommige gevallen biedt de inzet van digitale tools ook voordelen ten aanzien van de efficiëntie en kwaliteit van het onderwijs. Denk bijvoorbeeld aan de inzet van digitale toetssystemen waarmee het proces van opstellen, afnemen en analyseren van toetsen verbeterd wordt.
Samenwerking en feedback
In de praktijk blijkt onderwijsontwerp vaak een iteratief proces te zijn dat vraagt om een veranderkundige benadering. Op de weg van A naar B liggen namelijk vele, vaak onvoorziene, valkuilen en obstakels. Onderwijsontwerp is dan ook een veranderproces dat best complex kan zijn en veel reisgenoten kent: mensen met allemaal hun eigen rol, expertise en soms ook conflicterende belangen.
Daarom is het uiterst belangrijk tijdens het ontwerpen van onderwijs voldoende tijd, ruimte en mogelijkheden te creëren voor samenwerking en feedback; bijvoorbeeld via collegiale consultatie en studentenevaluaties. Maar ook het inschakelen van onderwijskundige en onderwijstechnologische expertise buiten de eigen opleiding is heel behulpzaam. Deze collega’s zijn dagelijks betrokken bij onderwijsontwikkeling en kijken met een frisse blik naar het proces en de keuzes die daarin gemaakt (moeten) worden. Ook hebben zij vaak goed zicht op de kaders en ontwikkelingen in de organisatie en kunnen ook praktisch ondersteunen in het (verander)proces.